Het Jaar 1667

Gebeurtenissen

--------------------------------------------------------------------------------

Geboren:

--------------------------------------------------------------------------------

Overleden:

--------------------------------------------------------------------------------

Stadhouder

Stadhouder was de titel van de belangrijkste functionaris binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de voorgangers van de Republiek. Het woord stadhouder betekent letterlijk plaatsbekleder (Duits: Statthalter), net als overigens het uit het Frans afkomstige woord luitenant (lieutenant, 'lieu' = plaats, 'tenant' = houdend).

Rol van de stadhouder

Vanaf de 15e eeuw tot de Franse inval in 1795 was het stadhouderschap een machtige politieke functie in de Nederlanden.

Formeel gesproken oefende een stadhouder het gezag uit namens de landsheer in één of meerdere gewesten. Stadhouders zaten in de Raad van State, konden de gewestelijke staten bijeen roepen en zaten het rechtscollege voor.

In de Middeleeuwen was er nog geen sprake van een eenduidige taakomschrijving. Dit veranderde in de tijd van keizer Karel V. Samen met landvoogdes Maria van Hongarije kwam hij met een duidelijk pakket van taken, vooral bedoeld om de invloed van de stadhouder te beperken.

Stadhouders in de Nederlanden

Stadhouders speelden een voorname rol bij de opstand in de Nederlanden. Na de Tachtigjarige Oorlog was de functie van stadhouder overbodig geworden, aangezien er geen landvoogd meer was en er dus geen sprake meer was van plaats bekleden. Toch werd vaak besloten de functie van stadhouder in ere te houden (vooral als legeraanvoerder) en vaak na aandringen van de bevolking. Friesland had (doorgaans samen met Drenthe en Groningen) een eigen stadhouder.

Na de dood van stadhouder Willem II in 1650 kende de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (met uitzondering van de gewesten die onder de Friese stadhouder vielen) het Eerste Stadhouderloos Tijdperk. Dit duurde voort tot 1672, toen in het Rampjaar weer behoefte ontstond aan een sterke leider.

In 1702 (de functie van stadhouder was inmiddels erfelijk verklaard in de mannelijke lijn) overleed Willem III kinderloos. Omdat er geen opvolger was, ging de Republiek (wederom met uitzondering van de gewesten die onder de Friese stadhouder vielen) het Tweede Stadhouderloze Tijdperk in. Aan het Tweede Stadhouderloze Tijdperk kwam een einde toen steeds meer gewesten de Friese stadhouder erkenden. Vanaf 1747 had de Republiek voor het eerst één stadhouder, Willem IV, die daarvoor van Leeuwarden naar Den Haag verhuisde. In 1747 werd het stadhouderschap tevens erfelijk verklaard in de vrouwelijke lijn.

Aan het Tijdperk der Stadhouders kwam een einde met de inval van Frankrijk in 1795.


Ton's homepage