KAL
Kale, Kalee, Kaleis, Kales, Kalis, Kaljee, Kalk, Kalkema, Kalle, Kalma, Kalman, Kals, Kalse.
patronymicum (= persoonsnaam die v.d. naam v.d. vader is afgeleid) van Kalle,
uitgang: - ma, -s, is, man, -se.
Een vorm van Karel: een eenstammige germaanse naam; hetzelfde als het Nederlandse kerel = (vrije) man (in de betekenis
niet uit de adelstand afkomstig);
In het oud-Noors is karl: oude man, man uit het volk, echtgenoot.
Het Namenboek, de herkomst van onze voornamen en de hiervan afgeleide achternamen, door A.N.W. van der Plank, uitgegeven door Van Holkema & Warendorf / Unieboek B.V., Houten, 1986 (4e druk). ISBN 90 228 2222 2 / UGI 770 (Blz 78)
ee
aantal naamdragers bij de volkstelling van 1947 volgens het Nederlands Repertorium van Familienamen:
Groningen 0 Friesland 0 Drenthe 0 Overijssel 3 Gelderland 3 Utrecht 27 Amsterdam 7 Noord-Holland 10 Noord-Holland totaal 17 Den Haag 0 Rotterdam 2 Zuid-Holland 7 Zuid-Holland totaal 9 Zeeland 0 Noord-Brabant 3 Limburg 0 totaal 62
Nederlandse Familienamen Databankadaptatie
Voor de vastlegging in hun definitieve vorm bij de invoering van de burgerlijke stand in de eerste helft van de 19de eeuw waren familienamen nog aan verandering onderhevig. Registratie vond vaak op het gehoor plaats: een klerk of kerkelijke dienaar noteerde een naam in een akte of schrift zoals hij een naam verstond. Dat wil zeggen zoals hij een naam thuis kon brengen in zijn namenwereld. Veel comparanten beheersten de schrijfkunst niet, zodat zij hem niet konden helpen. Men kan zich voorstellen dat vooral namen die van verre kwamen problemen opleverden in uitspraak en schriftelijke weergave. Buitenlandse namen werden veelal getransformeerd in een Nederlandse vorm. Dat kon op betrekkelijk eenvoudige en doorzichtige wijze gebeuren (Wetselaar < Wezlar, Caljouw < Cailloux, Brus < Bruce), door vertaling (Zuurdeeg < Sauerteig, Cannegieter < Kannegiesser) of volgens een 'volksetymologisch' procede waarbij namen associatief aan herkenbare woorden gingen beantwoorden (Piekhaar < Picard, Schattelijn < Chatillon, De Nijs < Denis, Traanboer < Traunbauer, Stokje < Stöcky). Soms werd een buitenlandse naam op volstrekt onnavolgbare wijze 'aangepast': de buitenlander was onverstaanbaar en/of de klerk raakte de kluts kwijt, zoals bij Roetcisoender uit Rutischhausen.